Home
Index
Updates 2ev
Updates 1ev
Pianostudio/Lessen
Peter van Korlaar
Pianoinstituut
10e F.Liszt Concours
Franz Liszt Concours
Lisztjubconcert 2011
Franz Liszt Kring
Liszt in Zaltbommel
Liszt aan de Waal
Componisten
Concerten-recensies
Symfonisch Concert
Orgelconcerten
Philh Zuid-Nederland
Het Brabants Orkest
2012-03-03
2012-02-09 en 11
2012-01-19
2012-01-14
Solorecitals
Korenconcerten
Brab Dagblad 2015
Brab. Dagblad 2014
Brab. Dagblad 2013
Brab.  Dagblad 2012
CD besprekingen
14e KbdP Den Bosch 1
13e KbdP Den Bosch
Guldenberg Klassiek
12e KbdP Den Bosch
Vught Klassiek 2017
Vught Klassiek 2016
Vught Klassiek 2015
Vught Klassiek 2014
11e KbdP Den Bosch
10e KbdP Den Bosch
9e KbdP Den Bosch
8e KbdP Finale 2011
7e KbdP Finale 2010
7e KbdP Olga Kozlova
5e KbdP 2008
Huisconcerten
Gastenboek
Links
Sitemap

 

Alan Buribayev, de 'Kleine Generaal' uit Kazachstan, zag, kwam en overwon.....!

 Nr. 2012-03-03 (3 maart 2012)

Gehoord:

Het Brabants Orkest in de reeks Afscheidsconcerten van Dirigent Alan Buribayev op zaterdag 3 maart 2012 in het Muziekcentrum te Eindhoven.

Op het programma stonden twee werken:

1. Bélà Bàrtók: 

    Muziek voor Snaarinstrumenten, Slagwerk en Celesta (1936)

2. Gustav Mahler: Symfonie nr 1 in D – ‘Titan’ (1887/1888)

 

door Peter van Korlaar

 

Het gebeurt niet vaak dat je als luisteraar / toeschouwer het meesterwerk van de Hongaarse componist Bélà Bàrtók, de ‘Muziek voor Snaarinstrumenten, Slagwerk en Celesta’  live kunt horen. ‘Waar zijn de blazers’? riep een van mijn vrienden uit, toen we in de orkestbak keken. Inderdaad, ze zijn weg, en het gekke is, dat je ze in deze compositie niet mist….! Er is blijkbaar een enorme synthese tussen de Snaarinstrumenten, Slagwerk en de Celesta. Onder de Snaarinstrumenten verstaan we behalve de Strijkers, ook de Harp en de Piano. Er is veel Slagwerk, zoals pauken, xylofoon, tam-tam, en grote trom. De Celesta wordt steeds apart genoemd in de naamgeving van dit grootse werk. De podiumopstelling lijkt wel wat op een ‘dubbelkoor’. In het midden prominent de vleugel met de harp aan zijn zijde, waarbij de pianist de dirigent recht in de ogen mag kijken, daarachter de xylofoon, celesta en de pauken. Strijkers ter linker en rechterzijde complementeren het geheel. 

In het 1e deel (Andante tranquillo) wordt een naargeestig klinkend openingsthema gespeeld, met veel maatwisselingen, dat zich weldra fugatisch zal vertakken. Het 2e deel (Allegro) is speels, vol met scherpe accenten. Het 3e deel (Adagio) is het beroemde deel dat letterlijk wordt geciteerd in de bekende film van Stanley Kubrick ‘The Shining’ (1980) met Jack Nicholson als een dolgedraaide hotelbewaker in de hoofdrol. Wat ik vroeger als onwetende Conservatoriumstudent hield voor ‘claves’ blijken in werkelijkheid enkele versnellende tonen op de xylofoon te zijn, gevolgd door het mooie paukenglissando. Bàrtók gebruikt hier weer het fugatische thema uit het 1e deel als uitgangspunt voor de strijkers. De spanning wordt steeds verder opgevoerd en via enorme glissandi, die gezamenlijk worden uitgevoerd door piano, harp en celesta komt het tot een grote uitbarsting van geluid. De climax wordt snel ontladen met dalende en elkaar spiegelende motieven. Het Adagio eindigt zoals het begon, in een zichzelf vertragende xylofoonpuls en het paukenglissando. Ik had iets meer spanning verwacht in dit deel, Dirigent Buribayev was heel druk met het exact aangeven van alle lastige maatwisselingen, maar vergat naar mijn mening om met name dit deel wat meer expressieve lading te geven. In het 4e deel (Allegro molto) snelt de bespeler van de celesta herhaaldelijk naar de vleugel en weer terug, beurtelings in een vierhandige partij piano participerend, of om zijn collega/pianist behulpzaam te zijn met het omslaan van de partituur.

 

Na de pauze staat Mahler’s 1e Symfonie op het programma.

Het 1e deel (‘Langsam. Schleppend. Wie ein Naturlaut – Im Anfang sehr gemächlich’) is altijd fascinerend; de strijkers flinteren een ijle a” door de ruimte, het zijn ‘natuurgeluiden’ met een prominente rol voor het kwartinterval waarmee de klarinet pregnant de koekkoek imiteert. En er zijn achter de coulissen de zogenaamde ‘Ferntrompeten’ die na ca. 10 minuten hun echte plaatsen opzoeken. Mahler citeert zichzelf als hij vervolgens het lied: ‘Ging heut’morgen über’s Feld’ uit ‘Lieder eines fahrenden Gesellen’ door de celli laat inzetten. Aan het einde van het 1e deel wordt dan een feestelijke fanfare ingezet, de ‘hemel’ breekt open! En hier zien we dan meteen een totaal andere Buribayev, hij zit er goed in, kijkt regelmatig de orkestleden recht in de ogen,  en geeft gedegen en expressief leiding!  En dit beeld zet zich gelukkig door in alle volgende delen. In het 3e deel (‘Feierlich und gemessen, ohne zu schleppen’) wordt door één contrabas de Moravische mineurvariant van onze ‘Vader Jabob’ ingezet, het thema is in de geboortestreek van Mahler bekend als ‘Bruder Martin’, een dodenmars, die destijds bij iedereen in die regio bekend was. Het valt doorgaans niet mee voor een solocontrabassist om het thema  echt zuiver te laten klinken, maar op deze avond lukt het hem wonderwel. Terecht dat hij (Was het Wolf Eekhof?) de bloemen krijgt van de dirigent, aan het eind van het concert. Overigens, Mahler zelf vond juist dat de contrabassist het een beetje ‘vals’ mocht spelen. ‘Op de manier van Callot’ schreef Mahler er nog bij, het refereerde aan het schilderijtje van de begrafenis van de jager, die wordt omstuwd door de dieren uit het woud en deze stoet wordt voorafgegaan door een Boheemse (Moravische) muziekkapel. De afbeelding hing aan het einde van de 19e eeuw vaak op een kinderslaapkamer. Mahler zou Mahler niet zijn als hij het 4e deel (‘Stürmisch bewegt’) niet plotseling zou laten beginnen met een verschrikkelijk klap op een bekken, gevolgd door een donderende inzet. Je ziet het publiek opveren van schrik…’Steeds weer krijgt de held een klap op zijn kop en aan het begin schreeuwt de gemartelde ziel het uit’, zo geeft Mahler zelf als toelichting (1)  Aan het einde komt de hoge a” uit het begin weer terug, maar nu als een langgerekte dominant (van de uiteindelijke grondtoonsoort D) uiteindelijk uitmondend in een stralende – en feestelijke afsluiting van een grootse symfonie, maar ook van een gedenkwaardige uitvoering, een afscheidsconcert waardig. Dirigent Alan Buribayev neemt een langdurig applaus in ontvangst, en laat daarin volop het orkest delen. De musici zijn zichtbaar in hun nopjes, ook zij beseffen dat ze hier een indrukwekkende prestatie hebben neergezet. Er waren bloemen, zoals gezegd gingen ze naar de 1e contrabassist, en hiermede kwam een einde aan het ‘bewind’ van Alan Buribayev als chef-dirigent in Eindhoven. Vier jaar mocht hij op de bok staan;

‘De Kleine Generaal’ uit Kazachstan, hij zag, kwam en

overwon uiteindelijk Het Brabants Orkest!

 

1) Eveline Nikkels: Gustav Mahler: Een leven in tien symfonieën (pag. 112)

 

 

Stichting Pianoinstituut | pianoinstituut@planet.nl

UA-37785092-1