Home
Index
Updates 2ev
Updates 1ev
Pianostudio/Lessen
Peter van Korlaar
Pianoinstituut
10e F.Liszt Concours
Franz Liszt Concours
Lisztjubconcert 2011
Franz Liszt Kring
Liszt in Zaltbommel
Bijbehorende foto's
Liszt aan de Waal
Componisten
Concerten-recensies
CD besprekingen
14e KbdP Den Bosch 1
13e KbdP Den Bosch
Guldenberg Klassiek
12e KbdP Den Bosch
Vught Klassiek 2017
Vught Klassiek 2016
Vught Klassiek 2015
Vught Klassiek 2014
11e KbdP Den Bosch
10e KbdP Den Bosch
9e KbdP Den Bosch
8e KbdP Finale 2011
7e KbdP Finale 2010
7e KbdP Olga Kozlova
5e KbdP 2008
Huisconcerten
Gastenboek
Links
Sitemap

  

 

Gasthuistoren en Gasthuiskapel te Zaltbommel.

Op 19 juni 2010 werd de Lisztplaquette onthuld,  welke te  zien is op de blinde (witte) gevel. 

Meer foto's, klik door naar de  Fotopagina

 

Franz Liszt en Zaltbommel of 

Was Franz Liszt in Zaltbommel?

 

Door: Peter van Korlaar

 

In 1842 bezocht Liszt voor de eerste keer Nederland, samen met de beroemde tenor Giovanni Battista Rubini (1795-1854). Ze gaven openbare concerten in Den Haag, Amsterdam, Leiden, Rotterdam en Utrecht en traden daarnaast op voor leden van het Koninklijk Huis.1a+1b

Het is gedurende dit bezoek aan Nederland, dat Liszt mogelijkerwijs Zaltbommel heeft aangedaan. Zeker is (met de inzichten die we anno 2010 verworven hebben) dat Liszt met zijn gezelschap op zaterdag 19 november vanuit Nijmegen in westelijke richting naar Rotterdam is gevaren. (met een stoomboot over de rivier de Waal)

In veel artikelen die men leest over de vijf bezoeken die Franz Liszt aan Nederland bracht, ontbreekt de naam van het aan de Waal gelegen rivierstadje Zaltbommel. De oorzaak daarvan is volgens mij, dat veel muziekwetenschappers en historici het verhaal dat Liszt een bezoek bracht aan Zaltbommel onbewezen achten. In het nu volgende artikel wil ik, behalve verslag te doen van de onthulling van de Liszt-plaquette op 19 juni jl., ook proberen om een tipje van de sluier op te lichten.

Om uw geheugen nog eens op te frissen: in 1939 publiceerde Dr. Anton van Anrooy (1895-1946) zijn geromantiseerde vertelling over Liszts bezoek aan Zaltbommel in het alleraardigste boekje Impromptu.2 Hij beschrijft in het boek een verhaal dat het hem ooit door zijn vader

Abraham Gijsbert van Anrooy (1865-1936) was verteld, namens zijn grootvader, de Stadsgeneesheer Dr. A.J.W. van Anrooy (1816-1893). Deze Dr. Antonie van Anrooy moet het verhaal rechtstreeks van de voornaamste getuige uit het boek hebben gehoord, zijn vriend (en tevens zijn patiënt), de stadsorganist en stadsbeiaardier Carolus Leenhoff (1807-1878). Opvallend zijn de woorden van de schrijver van het boekje vlak voor hij zijn eigenlijke vertelling begint:

“Deze geschiedenis is vergeten. Maar ik wil haar vertellen, voordat zij voorgoed verloren gaat. Ik wil haar vertellen, zoals mijn grootvader dat aan mijn vader deed –  en mijn vader aan mij.”

Op zaterdag 19 november 1842 heeft Franz Liszt, naar wij nu dus aannemen, rond het middaguur voet aan wal gezet in het Waalstadje. Liszt arriveerde met een stoomboot, die een (geregelde) lijndienst onderhield van Nijmegen naar Rotterdam. Uiteindelijk zou zijn ‘uitstapje’ naar Zaltbommel leidden naar een 2e Lisztfestival in Zaltbommel in juni 2010. ‘Een aanwinst voor Zaltbommel’, zo schreef Jan van Nerijnen in zijn recensie over dit festival 5 Maar wat gebeurde er nu precies volgens de overlevering van de oude stadsdokter Dr. A. van Anrooy, op die gedenkwaardige zaterdag 19 november 1842? Waardoor kon ‘het bezoek van Liszt’ bijna 160 jaar later een ‘aanwinst voor cultuurstad Zaltbommmel’ worden? Wij zullen nu eerst in het kort nog eens weergeven wat Dr. van Anrooy in 1939 opschreef in zijn boek Impromptu en zullen vervolgens de historisch (juiste) feiten door de bril van een toeschouwer uit de 19e eeuw bekijken. Ook zullen wij  u enkele directe – en indirecte bewijzen geven omtrent het waarheidsgehalte van het verhaal. Het verslag van de onthulling van een bronzen medaillon met de beeltenis van Liszt, op zaterdag 19 juni 2010 in Zaltbommel, om de hieronder beschreven gebeurtenissen te ondersteunen en blijvend te memoreren volgt verderop in het artikel onder paragraaf 4

Hieronder een foto van Burgemeester Albert van den Bosch, die op 19 juni 2010, een plaquette onthulde, 

met daarop de beeltenis van Liszt, als herinnering aan zijn bezoek op 19 november 1842. 

Meer foto's vind u in het bijbehorende fotoalbum van deze pagina.

 

 

 

   

De onthulling van de Lisztplaquette door...

 

 

...Burgemeester Albert van den Bosch

(Op 19-06-2010)

 

 

 

1.    Het verhaal

Franz Liszt hoort vanaf de rivier de Waal de klanken van het carillon van de Gasthuistoren. Het zal die zaterdag, zoals al honderden jaren het geval is, marktdag zijn geweest en stadsbeiaardier Carolus Leenhoff zal dan ook het carillon bespeeld hebben. Het moet rond het middaguur geweest zijn. Liszt laat zich door de bemanning van het stoombootje aan wal zetten en wandelt naar de Gasthuistoren. Een wandeling van een kleine tweehonderd meter. Daar aangekomen klimt hij naar boven en maakt er kennis met stadbeiaardier en organist Leenhoff. Liszt vermeldt echter nog niet wie hij in werkelijkheid is. Leenhoff nodigt zijn gast uit om thuis bij hem de lunch te gebruiken. In het huis van de familie Leenhoff ontmoet Liszt diens dochter Suzanne, dan dertien jaar oud en al een begaafde pianiste. Zij speelt hem enkele stukken voor. Liszt maakt complimenten over haar pianospel en zet zich vervolgens zelf achter de piano. De familie is verbijsterd bij het aanhoren van zijn spel; zij hebben snel in de gaten hier met een beroemdheid te maken te hebben. “Wie bent U”, vraagt vader Leenhoff aan de vreemdeling. “Ik ben Franz Liszt”, antwoordde deze, “en breng mij nu naar de boot terug, want ik moet verder!”

Volgens de overlevering schijnt Liszt Suzanne Leenhoff aangespoord te hebben om in Parijs haar muziekstudie te vervolgen. Dit heeft zij dan ook gedaan! Hoogstwaarschijnlijk is Suzanne in 1847 met haar moeder en grootmoeder naar Parijs vertrokken om daar aan het conservatorium verder te studeren. In 1849 of 1850 maakte zij kennis met de later zo beroemde kunstschilder Edouard Manet. Aanvankelijk zijn pianolerares, wordt ze op den duur zijn minnares. Op 28 oktober 1863 treden ze in het huwelijk op het stadhuis van Zaltbommel. Inmiddels heeft zij dan al een zoon, Léon Koëlla Leenhoff (geb. 29 jan. 1852). Manet heeft hem, hoewel anders werd gesuggereerd, nooit erkend als zijn zoon. Hij is als Léon Leenhoff door het leven gegaan en wordt ook wel aangemerkt als ‘de jongere broer van Suzanne’! Wel is hij enkele malen te zien, vereeuwigd op een schilderij van Manet.

 

   

Carolus Leenhoff

Stadsbeiaardier en Organist te Zaltbommel

(collectie Maarten van Rossummuseum)

 

Franz Liszt in 1839

Olieverfschilderij van Henri Lehmann

2.    Aantoonbare (‘fysieke’) bewijzen

Dit is het verhaal in een notendop. Dan nu enkele directe – en ook ‘fysieke’ bewijzen dat

Liszt inderdaad aan Zaltbommel voorbij is gevaren, stroomafwaarts in westelijke richting. In het najaar van 1842 maakte Liszt een grote concertreis door Duitsland met ondermeer concerten in Keulen en Weimar. In Keulen gaf hij een benefietconcert ten bate van de voltooiing van de Dom. In Weimar zou hij nog op 23 oktober aan het hof spelen o.a. voor troonopvolger Prins Carl Alexander en zijn echtgenote, de Nederlandse prinses Sofie (dochter van koning Willem II). Hij speelde daarna ook nog in Gotha, Coburg en Frankfurt. Maar op 16 november schrijft Liszt aan zijn minnares Marie d’Agoult, dat hij in Mainz de boot naar Rotterdam heeft genomen. Ze moet haar brieven voortaan naar Hotel Maréchal de Turenne in Den Haag sturen.6 In de nacht van 18 op 19 november overnacht hij met zijn gevolg, onder wie de zanger Rubini, in een Nijmeegs hotel genaamd ‘In den Rotterdamschen Wagen’. Dat Liszt inderdaad vanuit Mainz via Keulen en Nijmegen naar Rotterdam is gevaren blijkt uit de ‘Nijmeegsche Vreemdenlijst’ nr. 48/1842. Hierop komen voor: “J. Listz (= Franz Liszt) – kunstenaar van Weenen en Rubini en gevolg id.” Uit dit register blijkt dat zij hebben overnacht in voornoemd hotel.

Er is nog een ander bewijs dat Liszt zijn boottocht naar Rotterdam vervolgd heeft. De beroemde pianist heeft namelijk op 19 november 1842 een brief geschreven aan François-Jospeh Fétis, directeur van het Conservatorium van Brussel. Deze brief is door Liszt geschreven op de stoomboot van Keulen (via Nijmegen) naar Rotterdam, getuige het onderschrift: “Bateau à vapeur de Cologne à Rotterdam …….19 novembre 1842.” 7 Deze brief werd nog niet zo lang geleden (in januari 2003) ontdekt door Peter Scholcz bij navorsingen in verband met het Twaalfde Franz Liszt Festival, dat op onderdelen in Zaltbommel werd georganiseerd (zie onder). Het is overigens zeer wel denkbaar, dat de boot van Franz Liszt  gewoon (kort) afmeerde in Zaltbommel, bij een vaste aanlegplaats, die opgenomen was in het vaarschema.8

 

   

Fragment van de brief van Liszt aan Fétis, met het onderschrift:

'Bateau à vapeur de Cologne à Rotterdam....19 Novembre (1842) en

vervolgens de handtekening van Franz Liszt

 

 

Enveloppe met drie poststempels:

‘Rotterdam 20/11’

            ‘Pays-Bas par Anvers 1842 – 21 nov’

           ‘Bruxelles 21 nov'

3.    Indirecte bewijzen

Er zijn nog wel meer redenen te bedenken, waarom de in de 19de eeuw levende ‘Stadsgeneesheer’ Dr. A.J.W. van Anrooy het verhaal niet uit zijn duim kan hebben gezogen. Indien Liszt zich niet in levende lijve in Zaltbommel zou hebben vertoond, zou de stadsdokter dan in 1842 de naam van Liszt al hebben gekend? In dat jaar bezocht de componist Nederland immers voor het eerst. Hij zou alleen van diens concerten geweten kunnen hebben als Van Anrooy geabonneerd was op de in die tijd lokaal verschijnende kranten van Amsterdam of Den Haag, en dat is niet waarschijnlijk. Hetzelfde kan gezegd worden over Carolus Leenhoff. Van hem zou ik me nog kunnen voorstellen dat hij later over de verrichtingen van Liszt heeft gelezen in het Nederlandsch Muzikaal Tijdschrift. Overigens kende Leenhoff volgens de overlevering wel muziek van Liszt; in het boek komen we de passage tegen dat zijn muziek op de piano lag bij de familie Leenhoff.9 Maar welk belang zouden Leenhoff en/of Dr. van Anrooy gehad kunnen hebben om het verhaal van Liszts bezoek te verzinnen en het op de ons bekende wijze aan Suzanne te koppelen? Wat we zeker weten is dat zij goed piano speelde en dat zij in 1847 met haar moeder naar Parijs is vertrokken. Ook haar huwelijk met Manet op 28 oktober 1863 op het Zaltbommelse Stadhuis is een vaststaand feit.

Suzanne Leenhoff is in 1853 nog even naar Zaltbommel teruggekeerd. Zij gaf op vrijdag 15 april een concert in het Zaltbommelse Nutsgebouw met medewerking van Liederentafel Minerva en Zanggezelschap Euterpe. Over dit concert is destijds geschreven in de Nieuwe Tielsche Courant. Hierin lezen we: “Gepasseerde Donderdagavond, verschafte ons Mejufvr. S. Leenhoff, dochter van onzen verdienstelijken stads-muziekmeester, pianiste en eerste Elève van het Conservatoire te Parijs, eenen genotvollen avond door het geven van een Instrumentaal en Vocaal Concert in de Zaal van het Nut. Voor het eerst trad zij thans, na een afwezigheid van bijna 7 jaren te Parijs doorgebragt te hebben, alhier de muzikale wereld als pianist in, waar zij een groot gedeelte van haar jeugd doorleefd heeft. Er was een vrij talrijk en uitgelezen publiek aanwezig. Bij eenen schoonen aanslag, groote bewonderenswaardige vingervaardigheid, gelijkmatige ontwikkeling der beide handen en onafhankelijkheid der vingers, voorname hoedanigheden van een uitstekend pianospel, hebben haar reeds tot eene degelijke pianiste gevormd en het is zeker, dat zij nog grootere vorderingen zal maken en met andere talenten gerustelijk kan wedijveren…..Algemeene en herhaalde daverende toejuichingen vielen haar dan ook in vollen mate ten deel…..”10

      

       

Ontbijt in het atelier

Suzanne Leenhoff, haar zoon Léon Koëlla

en Edouard Manet

(München: Digitale collectie Neue Pinakothek)

 

Beschrijving van het schilderij

op een informatieplaatje

 (München: Neue Pinakothek)

 

Ontbijt in het atelier - Édouard Manet (1868)

(München: Neue Pinakothek, Foto: Peter van Korlaar)

           

Opvallend in deze recensie is dat Suzanne hier voor het eerst een ‘eerste Elève (leerling) van het Conservatoire te Parijs’ wordt genoemd. Of Liszt er de hand in heeft gehad dat Suzanne aangenomen werd op het Conservatoire van Parijs weten we niet, ook niet van wie zij toen les heeft gehad. In Parijs zijn, voorzover wij nu weten, nooit naspeuringen in de archieven verricht naar het leven van Suzanne en de overige leden van de familie Leenhoff.

         

En dan is er nog de volgende passage uit het boekje Impromptu, waar ik aanvankelijk steeds overheen gelezen heb. Deze gaat als volgt: “Hij (Franz Liszt, PvK) vertelt van een nog jonge componist, de operadirigent Wagner, waar zij (de Leenhoffs, PvK) nog nooit van gehoord hebben en van diens opera Rienzi, welke voor kort in Dresden voor het eerst is opgevoerd en een geweldig succes heeft gehad.”11 De première van deze opera vond inderdaad plaats op 20 oktober 1842 in Dresden, dus ongeveer één maand voor de 19de november, toen Liszt in Zaltbommel aanmeerde. Zouden Leenhoff, die volgens het verhaal nog nooit van Wagner had gehoord, of van Anrooy, dit in chronologisch opzicht nauwsluitende feit ingevoegd hebben om het verhaal wat geloofwaardiger te krijgen? Ik kan het me niet voorstellen! Indirect geeft van Anrooy hier te kennen, dat aankomst en verschijnen van Liszt in Zaltbommel, korte tijd later, inderdaad rond de 19de november in het jaar 1842 moet hebben plaatsgevonden!

 

Aan de hand van deze, directe – maar ook ‘indirecte’ bewijzen heb ik getracht aan te tonen, dat het verhaal rondom Liszt en Zaltbommel met een grote mate van waarschijnlijkheid op een waar gebeurde episode berust. De Franz Liszt Kring onderschrijft dit al langer en heeft dan ook van harte meegewerkt aan het verkrijgen en plaatsen van de bronzen plaquette ter herinnering aan de gebeurtenis op 19 november 1842.12

 

 

   

Plaquette als herinnering aan het bezoek van Liszt op 19-11-1842

(Foto: Peter van Korlaar; onthulling  op 19-06-2010)

 

Franz Liszt in 1843

Oudst bekende foto, gevat in een medaillon

(Foto: Herman Biow - Hamburg)

 

4.    Het Liszt-weekend in Zaltbommel, juni 2010 – een verslag

In het najaar van 2002 zocht het toenmalige bestuur van de Muziekkring Bommelerwaard toenadering tot de Franz Liszt Kring, hetgeen al vrij snel resulteerde in een bezoekje van voorzitter Peter Scholcz aan Zaltbommel. De kennismaking leidde uiteindelijk tot een nauwe participatie wederzijds bij het opzetten van het Twaalfde Franz Liszt Festival in het najaar van 2003. Behalve concerten in Den Haag en Amsterdam leidde dit in Zaltbommel tot een projectweek ‘Franz Liszt in Zaltbommel’ met een tentoonstelling in het Maarten van Rossum-museum en een reeks concerten. Op zondag 5 oktober 2003 werd in de Grote of Sint Maartenskerk van Zaltbommel een concert gegeven door het Liszt Ferenc Chorus o.l.v. Peter Scholcz met medewerking van Christo Lelie als organist. Tijdens dat concert werd een duplica van de bronzen Liszt-plaquette die sinds 1991 aan de gevel van de Mozes & Aäronkerk te Amsterdam prijkt, officieel aan het bestuur van de Muziekkring overhandigd. De wens werd toen uitgesproken dat de plaquette (of het medaillon), ontworpen door de Hongaarse kunstenares Szathmáry Gyöngyi, een plaats zou krijgen tegen de muur van de Bommelse Gasthuistoren. Immers, daar heeft Liszt, op die gedenkwaardige zaterdag 19 november van het jaar 1842, de stadsbeiaardier Carolus Leenhoff ontmoet. Het heeft toch nog zeven jaar moeten duren eer alle obstakels waren opgeruimd en de fraai vormgegeven bronzen kop van Liszt tegen de muur van de Gasthuistoren bevestigd kon worden. Zo heeft Monumentenzorg een duchtige vinger in de pap gehad bij de uiteindelijke plaatsbepaling van het medaillon. Het medaillon is dan ook niet tegen de bakstenen muur van de Gasthuistoren geplaatst, maar tegen een blinde gevel van de aangebouwde (middeleeuwse) Gasthuiskapel.

Op zaterdag 19 juni 2010 is de plaquette, na enkele toespraken, o.a. door Voorzitter Drs. Jan Scheurwater van de Muziekkring Bommelerwaard, onthuld door burgemeester Albert van den Bosch. Behalve het bestuur van de Stichting Muziekkring Bommelerwaard waren er ook vertegenwoordigers van de Stichting Gasthuiskapel, de Stichting de Engelenbak en enkele bestuursleden van de Franz Liszt Kring, waaronder Johan Verrest en Christo Lelie. Aansluitend volgde nog een bespeling op het prachtige carillon van de Gasthuistoren door beiaardier Wout van der Linden. Het was dit carillon dat Liszt, al varende op de Waal, hoorde en hem aanspoorde om zich terstond aan wal te laten zetten. In het carillon hangen nog 16 oorspronkelijke Hemony-klokken, gegoten in 1654.3 Al lopende vanaf de Waterpoort was het voor Liszt nog geen tweehonderd meter om de Gasthuistoren te bereiken.

Als men, staande voor de hoofdingang van de Gasthuiskapel, het hoofd naar rechts draait, ziet men, op veilige hoogte, de bronzen Liszt-plaquette hangen met als onderschrift: ‘Bezoek Franz Liszt – 19 november 1842’. Vanaf de onderkant bezien oogt het medaillon zeer fraai, de beeltenis van Liszt is gevat in een granieten raamwerk, naar een idee van Emil Kaiser, bestuurslid van de Stichting Gasthuiskapel. De omlijsting werd vervaardigd door de Zaltbommelse steenhouwerij J.G. Gloudemans. Het is de bedoeling dat er nog een ANWB bord met een verklarende tekst onder komt te hangen.

De onthulling van de plaquette werd omlijst door een driedaags Liszt-festival, met tal van uiteenlopende muzikale activiteiten. Op vrijdagavond 18 juni verzorgde de secretaris van de Liszt Kring, Albert Brussee, een lezing met als titel ‘Mazeppa in de romantische kunst, met speciale nadruk op de Mazeppa-muziek van Liszt’. Albert Brussee toonde overtuigend aan dat de historische figuur Mazeppa – met name zijn drie dagen durende helletocht op het wilde paard – in de 19de eeuw heel wat meer tot de verbeelding sprak dan wij heden ten dage nog kunnen vermoeden. Met name in Frankrijk ontstonden tal van schilderijen, gedichten en drama’s, terwijl aan het einde van de eeuw er zelfs ‘stomme’ films en fantasievolle Mazeppa-shows ontstonden. Dat er – naast een door Brussee gereconstrueerde Mazeppa-galop uit 1832 en het Symfonisch Gedicht uit 1854 – maar liefst vier versies bestaan van de Mazeppa-etude voor piano (de vierde versie is de bekende Etude d’exécution transcendate uit 1851), was voor velen onder zijn toehoorders een openbaring.

Op zaterdagavond 19 juni gaf Arno van Wijk (1972) een orgelconcert op het Grote orgel van de Sint-Maartenskerk, dat geheel in het teken van de grote orgelwerken van Liszt stond. Het was een indrukwekkend concert. Van het begin tot het einde hield Arno zijn toehoorders in een ijzeren greep, waaruit geen ontsnapping meer mogelijk was. Zijn eerder uitgebrachte CD met orgelwerken van Liszt werd in 2008 eveneens opgenomen op dit orgel en ik heb deze CD indertijd al met louter lovende superlatieven besproken.4 Ook nu weer was zijn spel doorzichtig en smaakvol, maar ook virtuoos, met een groot inlevingsvermogen in stijl en karakter. Het grote orgel klinkt onder zijn handen magistraal en majestueus; er is geen twijfel mogelijk, dit is een ware Liszt-vertolker! Gehoord werden o.a.: Variationen über Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, S673, Präludium und Fuge über den Namen B.A.C.H., S260, en de Fantasie und Fuge über den Choral Ad nos, ad salutarem undam, S259.

Op zondag 20 juni waren er twee kamermuziekconcerten in de Gasthuiskapel. In de ochtend was er een liedrecital door Heleen Koele – sopraan en Bernard Touwen – piano. Dit concert stond geheel in het teken van de liederen van Liszt, op teksten van Heine en Goethe. Een citaat uit de recensie van Jan van Nerijnen in het Brabants Dagblad d.d. maandag 21 juni: “Heleen Koele heeft een mooie, warme, dragende stem en weet haar performance te voorzien van een gepaste dosis dramatiek.”5 ’s-Middags traden nog aan de zeer talentvolle jonge Poolse violist Piotr Jasiurkowski, begeleid door zijn landgenoot de pianist Antoni Brozek. Jan van Nerijnen schreef over hun spel: “Piotr heeft een waarlijk fluwelen toon, is heel muzikaal en beschikt over een verbluffende techniek. De voortreffelijke pianist Antoni Brozek verraste met een sublieme uitvoering van de bekende Mephisto Walzer en samen sloten zij het concert af met de Carmen-fantasie in de bewerking van Pablo de Sarasate. Een muzikaal vuurwerk van topklasse. Al met al een waardige invulling van dit Liszt-festival, een aanwinst voor cultuurstad Zaltbommel”.

 

   

De Gasthuistoren van Zaltbommel

 

Het 'Hemony-carillon' dat Liszt moet hebben gehoord...

5.    Nog enkele opmerkingen en ‘afterthought’s’

 

5.1    

In het boekje Impromptu wordt enkele malen gewag gemaakt van ‘dinsdag-marktdag’. Daarmede wordt de suggestie gewekt, dat Liszt op een dinsdag in Zaltbommel gearriveerd is. Aangezien wij nu met zekerheid denken te weten dat zijn boot op zaterdag 19 november 1842 voorbij Zaltbommel voer, is dit dus een foutieve aanname van van Anrooy, of van één van zijn bronnen. In het verleden werd daarom vaak door diverse auteurs dinsdag 22 november als doorgangsdatum genoemd.

 

5.2   

Een supplementair bewijs aangaande de datum van Liszts bezoek aan Zaltbommel geven  de drie poststempels op de brief welke Liszt op de boot schreef:

       -      ‘Rotterdam 20/11’

       -      ‘Pays-Bas par Anvers 1842 – 21 nov.’

       -      ‘Bruxelles 21 nov’.

Hieruit kunnen we opmaken dat de brief vermoedelijk op zaterdagavond 19 november in Rotterdam gepost werd (zie onder 3.), op zondag 20 november in Rotterdam werd gestempeld en vervolgens werd doorgestuurd naar Antwerpen, waar hij op 21 november werd verwerkt en doorgezonden naar Brussel; daar is de brief nog dezelfde dag aangekomen.

 

5.3  

We weten dat Liszt, eenmaal aangekomen in Rotterdam, nog dezelfde avond naar den Haag vertrokken is, om daar zijn intrek te nemen in Hotel du Maréchal de Turenne. Dit hotel noemde hij reeds op 16 november 1842 in zijn brief aan Marie d’Agoult. Hieruit volgt, dat hij de brief op zaterdagavond 19 november in Rotterdam moet hebben gepost. Als hij die in Den Haag op de bus had gedaan, had deze (ook) de poststempel van Den  Haag gedragen.

      

5.4   

De Familie van Anrooy behoorde in de 19de eeuw, samen met de Familie Philips, tot de respectabele, notabele families van Zaltbommel en omstreken. De Stadsgeneesheer  A.J.W. van Anrooy huwde op 26 mei 1848 met Henriëtte Sophie Philips, dochter van Lion Philips en Sophia Presburg. Later, in 1886, huwde een kleindochter van Lion Philips, Isabella, weer met Dr. Henri van Anrooy. En om het verhaal compleet te maken, de schrijver van het boekje Impromptu, Dr. A. van Anrooy, de kleinzoon van de Stadsgeneesheer, kreeg in 1924 aanvankelijk een baan als huisarts en later als bedrijfsarts, tot zijn dood in 1946 bij de NV Philips Gloeilampfabrieken te Eindhoven. Componist Peter van Anrooy, eveneens geboren in Zaltbommel, was een achterneef van hem. Van de families van Anrooy, Philips en Leenhoff is nimmer gebleken dat zij beticht konden worden van het verspreiden van hele of halve waarheden. Terzijde merk ik nog op dat de beroemde Karl Marx (schrijver van Das Kapital) een volle neef was van Henriëtte Sophie Philips, echtgenote van Dr. A.J.W. van Anrooy. De moeder van Henriëtte, Sophia Presburg, was zijn tante. Karl Marx bracht menigmaal een bezoek aan zijn Zaltbommelse familieleden. 

 

5.5    

In zijn Nawoord (of Naschrift) schrijft auteur Dr. A. van Anrooy:

“Zo is het verhaal, dat mijn grootvader aan mijn vader vertelde en ik heb het neergeschreven zoals

het door mijn vader aan mij verteld werd.” 

Een soortgelijk citaat uit zijn voorwoord vermeldde ik reeds aan het begin van dit artikel. 

Het is niet onbelangrijk wat Dr. A. van Anrooy hier zegt.  Hij zegt feitelijk dat ‘het verhaal’ via mondelinge overlevering twee generaties naar de toekomst is doorgeschoven. De auteur heeft het verhaal dus niet rechtstreeks van zijn grootvader  gehoord, zoals hier en daar wordt gesuggereerd.Dat kon ook niet, want toen Dr. A. van Anrooy werd geboren op 17-7-1895 was zijn grootvader, Dr. A.J.W. van Anrooy, al overleden (op 06-08-1893). Hier blijkt dus duidelijk dat de auteur het verhaal uit de tweede hand vernomen heeft. Hij moest er dus vanuit gaan dat zowel zijn vader als zijn grootvader de ‘waarheid’ spraken. En eigenlijk is er in de persoon van Carolus Leenhoff nog een derde getuige die ook nog eens als de oorspronkelijke bron kan worden beschouwd. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de exacte datum van Liszt’s verschijnen in Zaltbommel niet meer kon worden gegeven. Dat het verhaal zelf hardnekkig zo’n honderd jaar bleef voortbestaan zegt veel over de ‘betrouwbaarheid’ van de getuigen, alsmede over de hoge mate van ‘waarschijnlijkheid’ waarmee we dit verhaal over ‘Liszt in Zaltbommel’ zouden willen afsluiten!

(zie vooral hieronder par. 5.6)

 

5.6.   Een vroege bron.....

Een opmerkelijk krantenbericht werd op 27 mei 2011 door Albert Brussee

bestuurslid van de Franz Lisztkring, gevonden in het Zaltbommelse Streekarchief.

Het bericht bevond zich in het 

'Zalt-Bommelsch Nieuws - en Advertentieblad'  van 14 november 1919

(4e jaargang, no. 46)

In dit bericht geeft de toenmalige Burgemeester J.F.B. van Hasselt antwoord op een vraag over het CARILLON (van de Gasthuistoren, PvK)

De plaats van handeling betreft een raadsvergadering. 

De vraag werd gesteld door Wethouder Wink, hij vraagt

'of het CARILLON wel geschikt is tot het geven van kunst'. 

Het antwoord, een citaat uit de krant:  

'De voorzitter bevestigt dit en verhaalt dat den grooten componist Liszt, die eens per

boot Bommel passeerde, door het prachtige klokkenspel in

verrukking werd gebracht.

Hij verzocht  de kapitein der boot hem aan wal te willen zetten, wat geschiedde,

en heeft hier een dag vertoefd om er op zijn gemak naar te luisteren'

Hieruit mag blijken dat het verhaal over 'Liszt die Zaltbommel bezocht', al veel eerder rond circuleerde, en zeker al ruimschoots voor 1939 bij de oude Zaltbommelse notabelen bekend was. In dat jaar, 1939 immers,  verscheen de 1e druk van IMPROMPTU, het inmiddels legendarische boekje van Dr. A. van Anrooy, waarin hij het verhaal vertelt over Franz Liszt die ooit voet aan wal gezet zou hebben in Zaltbommel, en over zijn ontmoeting met Carolus Leenhoff, en diens dochter Suzanne. 

 

   

Bij de onthulling van de Liszt-plaquette bleef het niet helemaal droog...

 

Arno van Wijk achter het orgel

van de Sint-Maartenskerk

6.   Bronvermeldingen en literatuuropgave

 

01a. Ton van der Valk, ‘Liszt in Nederland’, gepubliceerd in het Concoursboek Franz Liszt Pianoconcours 1986.

01b. Christo Lelie en Peter Scholcz, ‘Liszts Hollandse Tournee in 1842’, een uitvoerig artikel in het

         Programmaboek van het Achtste Franz Liszt Festival, ‘Liszt in Amsterdam’ (1991), p.16 e.v.

 

02.    Dr. A. van Anrooy, Impromptu (eerste druk bij Boucher, Den Haag, 1939; zevende druk, Europeesche Bibliotheek,

         1982, ISBN 90288162 (mogelijk thans alleen antiquarisch verkrijgbaar).

 

03.    Ru Stolk in Weekblad De Toren (4 maart 2010): ‘Bommels Carillon is topinstrument’.

 

04.    In het Liszt Bulletin van oktober 2009 (Uitgave: Franz Liszt Kring)

 

05.   Brabants Dagblad (editie Bommelerwaard) d.d. 21 juni 2010. Recensie door Jan van Nerijnen.

 

06.   Mathieu Heinrichs, Liszt in Utrecht – 1842, p. 70 e.v.; St. Uitgeverij Gusto / St Liszt Concours,Utrecht, 2009.

 

07.  Goethe & Schiller Archief / Weimar (Dld)

        Archiefstuk: GSA - 59/62.12

        Eerder publiceerde Mária Eckhardt brieven van Liszt in het Hongaars,  

        waarin de bewuste brief werd opgenomen. 

        Verzameling: Liszt Ferenc - Válogatott leveley - Boedapest 1989

 

08.  J.H. de Groot, Zaltbommel. Stad en Waard door de eeuwen heen, blz. 340; Zaltbommel, 1979.

 

09.  Impromptu, zie noot 2, blz. 35 e.v.

 

10.  Jan Buylinckx, ‘Een concert van Suzanne Leenhoff in Zaltbommel’, in Tussen de Voorn en de Loevestein,

       Jaargang 34, nr. 103 (december 1998).

 

11.  Impromptu, noot 2, blz 34 e.v.

 

12.        Voor verdere literatuur verwijs ik naar het uitvoerige artikel ‘Franz Liszt in Zaltbommel?!’, geschreven door de

              toenmalige secretaris van de Muziekkring  Bommelerwaard, A. Gieles, en gepubliceerd in het Programmaboek

              van het Twaalfde Franz Liszt Festival (Amsterdam – Den Haag – Zaltbommel), een uitgave van de Franz Liszt Kring, 2003.

 

13.       Thijs de Torenwachter - pseudoniem voor Hans Keser (1941 – 2007) schreef vele beschouwingen over Liszt in

              Zaltbommel en over Suzanne Leenhoff en Edouard Manet in het weekblad De Toren o.a.

              op 17-05-1979, 23-05-1979, 18-06-1981, 04-11-1982, 11-11-1982, 15-05-1985, 19-08-1999 en 02-10-2003.

               In zijn allerlaatste beschouwing noemt hij evenwel zondag 20 november als meest waarschijnlijke doorgangsdatum.

               Het is echter niet waarschijnlijk dat er in de eerste helft van de 19de eeuw op zondag gevaren werd (!).

=====================================================================================

Eerder verscheen dit artikel in het Lisztbulletin d.d. september 2010 (Uitgave Franz Lisztkring)

Een soortelijk artikel met dezelfde inhoud, eveneens van Peter van Korlaar, verscheen in: 

Tussen de Voorn en de Loevestein - Jaargang 46, Nummer 141, december 2010

(Uitgave Historische Kring Bommelerwaard)

 

Dit artikel is herzien op 27-09-2013

De auteur Peter van Korlaar is:

Bestuurslid Franz Lisztkring,

Pianist, Pianodocent en Muziekpublicist

Muziekrecensent voor het Brabants Dagblad

Webmaster voor deze website: PvK

 

Stichting Pianoinstituut | pianoinstituut@planet.nl

UA-37785092-1