Home
Index
Updates 2ev
Updates 1ev
Pianostudio/Lessen
Peter van Korlaar
Pianoinstituut
10e F.Liszt Concours
Franz Liszt Concours
Lisztjubconcert 2011
Franz Liszt Kring
Ramon v Engelenhoven
Grieg Pianoduo
Saskia Giorgini
Dora Deliyska
Romain Hervé (2013)
Camiel Boomsma
Weerstra & Brussee
Liszt in Zaltbommel
Liszt aan de Waal
Componisten
Concerten-recensies
CD besprekingen
14e KbdP Den Bosch 1
13e KbdP Den Bosch
Guldenberg Klassiek
12e KbdP Den Bosch
Vught Klassiek 2017
Vught Klassiek 2016
Vught Klassiek 2015
Vught Klassiek 2014
11e KbdP Den Bosch
10e KbdP Den Bosch
9e KbdP Den Bosch
8e KbdP Finale 2011
7e KbdP Finale 2010
7e KbdP Olga Kozlova
5e KbdP 2008
Huisconcerten
Gastenboek
Links
Sitemap

Gehoord:        Lecture-recital ‘Franz Liszt en de 20e eeuw’

Waar:              Muzieksalon van Guido en Madeleine van Elk te ’s-Hertogenbosch

Wanneer:        Zaterdagmiddag 10 november 2012

Wie:                Erwin Weerstra – piano en Albert Brussee – toelichtingen

 

   

L > Erwin Weerstra en R >  Albert Brussee

 

Erwin Weerstra

 

 

Op zaterdagmiddag 10 november 2012 hadden maar liefst 40 liefhebbers van Liszt de moeite genomen om naar Den Bosch af te reizen, soms met veel oponthoud op het railnet, wegens een stremming op de lijn Amsterdam – Den Bosch. Albert Brussee, secretaris van de Lisztkring en pianist Erwin Weerstra hadden een goed doortimmerd programma in elkaar gezet, waarin lijnen en verbintenissen werden getrokken tussen Liszt aan de ene kant en latere grote componisten (uit het begin of midden van de 20e eeuw) aan de andere kant. Albert toonde zich een bekwaam en humoristisch verteller. Erwin speelde op zijn aanwijzingen vaak enkele kleine notenvoorbeelden, alvorens hij telkens de hieronder beschreven pianostukken in tweetallen na elkaar liet horen.

Albert gaf eerst een algemene inleiding waarin hij de stijlkenmerken van de ‘late Liszt’ een plaatsje gaf. Hij noemde onder meer:

- vroege harmonische escapades

- klank als stijlmiddel (impressionisme)

- modaliteit (o.a. invloed van het Gregoriaans en de zigeunertoonladder) en

- de pentatonische - en heletoonstoonladder

Hierna werd een aanvang gemaakt met het uitlichten van telkens twee karakteristieke pianostukken. De beschrijvende vergelijkingen zijn gebaseerd op de toelichting van Albert Brussee.

 

 

I        Liszt en Ravel

Les jeux d’eaux à la Villa d’Este (Liszt – 1877)

Jeux d’eau (Ravel – 1902)

Tijdens zijn verblijf in Rome woonde Liszt in de grote Villa d’Este van Kardinaal Gustav-Adolf, Prinz von Hohenlohe-Schillingsfürst. In de prachtige tuinen rondom de villa zijn nog steeds de honderden fonteinen en bronnen te bewonderen, waardoor Liszt zich liet inspireren bij het componeren van zijn Les jeux d’eaux à la Villa d’Este in 1877. Vijfentwintig jaar later componeerde Maurice Ravel zijn prachtige Jeux d’eau (1902) dat zich zeer goed laat vergelijken met het eerdere werk van Franz Liszt.

 

 

       

 

 

De handen van Erwin Weerstra...

 

 

 

II        Liszt en Messiaen

Angelus! Prière aux anges gardiens (Liszt –1880); uit Années de Pèlerinage – Troisième Année

Première Communion de la Vierge (Messiaen – 1944) ; uit Vingt Regards sur l’Enfant Jésus

Liszt en Messiaen hebben veel gemeenschappelijke kenmerken:

·         Beiden waren RK en diep relegieus

·         Beiden extravert met uitersten in tempo en dynamiek

·         Vrij in het verloop van ‘tijd’, vrije metriek (vooral Messiaen)

Er bestaat een ooggetuigeverslag van een hoge geestelijke uit Londen, Hugh Haweis, die vertelde hoe Liszt hem het ‘Angelus’ had voorgespeeld in november 1880, nadat beiden een wandeling gemaakt hadden in de tuinen van de Villa d’Este, waar ook klokgelui was te horen.

 

III         Liszt en Bàrtók

Sunt lacrymae rerum, en mode hongrois (Liszt – 1877) ; uit Années de Pèlerinage – Troisième Année

Fantaisie nr. 2 (Bélà Bártòk – 1903/1904) ; uit: Vier Klavierstücke

Liszt schrijft met Sunt lacrymae… een uiterst somber stuk, hij verkeert in zijn laatste levensjaren, en veel van zijn oude zekerheden zijn hem ontvallen, denk aan het verlies van zijn twee kinderen Blandine en Daniël. Het sombere stuk maakt royaal gebruik van de zigeunertoonladder, waardoor de muziek toch een enigszins larmoyant karakter krijgt. Bártòk was een groot bewonderaar van Liszt ; toch is deze vroege Fantaisie nr. 2 ondanks de mineurtoonsoort geen somber stuk, juist vanwege het veelvuldig gebruik van de zigeunertoonladder wordt een meer rhapsodisch karakter bereikt, meer in de lijn van een Hongaarse Rhapsodie.

 

   

 

   

Erwin Weerstra wacht op zijn beurt....

 

Dhr. Guido van Elk spreekt ....

 

 

 

 

 

IV         Liszt en Ligeti

Carrousel de Mme Pelet-Narbonne (Liszt – 1879)

Tempo di Valse à l’orgue de Barbarie (‘In walstempo, op de manier van een draaiorgel’)  (Ligeti – 1953); uit: Musica ricercata

In de Carrousel de Mme Pelet-Narbonne verklankt Liszt een dikke dame, die een ritje maakt in een kermiscaroussel. Deze dikke dame was Mme Pelet-Narbonne, de eigenares van het huis waar Liszts vriendin Olga von Meyendorff woonde. Liszt heeft deze dame zelf zien draaien in de caroussel op de kermis in Weimar, aldus de overlevering, en maakte zich daar vrolijk over. In 1969 verscheen dit grappige stukje pas voor het eerst in druk, op basis van het originele manuscript dat zich in Washington bevindt. Het ‘Walsje nr. 4’ van de Hongaar Györgi Ligeti (Tempo di Valse) is qua karakter en lengte wel vergelijkbaar met het Caroussel-stukje van Liszt, ondermeer door de draaiende patronen en een zekere mechanische beweging.

 

 

V         Liszt en Debussy

Rêverie (Claude Debussy – 1890)

En Rêve (Franz Liszt – 1885)

En Rêve ontstond kort voordat Liszt en Debussy elkaar persoonlijk zouden ontmoeten. Debussy heeft Liszt nog persoonlijk horen spelen tijdens enkele gezamenlijke diners op de Villa Medici, waar ook andere kunstenaars aanwezig waren, zoals de dirgent en componist Paul  Vidal. Liszt heeft ondermeer zijn Au bord d’ une source en het Ave Maria van Schubert in zijn eigen bewerking gespeeld. Met Paul Vidal speelde Debussy op zijn beurt ondermeer Eine Faustsymfonie in de bewerking voor twee piano’s, na afloop van het diner. Liszt, kennelijk goed gegeten en gedronken hebbende, knikkebolde wat weg tijdens het spel van beide pianisten. Debussy was overigens zeer onder de indruk van Liszt’s pianospel. Hij merkte wel op dat Liszt tijdens het pianospel doorlopend op en neer bewoog. 

Liszt zocht door middel van half- en tussenpedaal wel voortdurend naar de juiste klank. Ook Debussy is in zijn pianomuziek een echte klankkunstenaar, hij vraagt veel van de klankfantasie en de pedaaltechniek.

De beide ‘droomstukken’ zijn wel vergelijkbaar qua karakter en sfeerbeschrijving. Maar er zijn zeker verschillen. Debussy’s Rêverie is warmer en sensueler, daarnaast is En Rêve van Liszt een verstild pianostuk, niet echt hartstochtelijk, het eindigt open met een ijle triller die in de ruimte vervliegt. Stond de meester al met één been in de ‘Andere Wereld’? Liszt droeg het stuk op aan zijn jonge vriend August Stradal die het in 1888 in Wenen liet uitgeven.

 

Pianist Erwin Weerstra (1987 – Leiden) is een in technisch opzicht degelijk onderlegde en gemakkelijk spelende pianist. Alle voorbeelden werden door hem uitstekend weergegeven op de grote Fazioli van de familie van Elk ; hij had er blijkbaar geen problemen mee dat hij ‘op zijn beurt’ moest wachten als Albert aan het woord was. Een voortreffelijk lecturerecital dat zeker elders in het land nog herhaald zou kunnen worden, waarbij voordracht en inhoud wellicht nog wat aan de dan aanwezige doelgroep aangepast zouden kunnen worden.

 

Tekst: Peter van Korlaar & Albert Brussee

Stichting Pianoinstituut | pianoinstituut@planet.nl

UA-37785092-1